Reisblog van Angela

Lekker bloggen 

Misschien dachten jullie eindelijk van ons af te zijn. ´We hebben nu wel genoeg blogs gelezen van die meiden.´ Slecht nieuws. Er is meer! Angela heeft maanden lang haar laptop meegesleurd en maakte daar regelmatig gebruik van. Notities, quotes, ideeën, ervaringen: alles verdween in het geheugen van haar laptop. Een deel daarvan, dat nooit op onze site is verschenen, staat nu op de site van de Telegraaf. Willen jullie meer lezen over Zuid-Amerika? Kijk deze week dan elke dag even op www.reiskrant.nl

Zuid-Amerika

Het heeft even geduurd, maar daar zijn we weer. In dit verhaal zullen we allerlei prachtige hoogtepunten opnoemen van onze reis in Zuid-Amerika. Maar tussen al deze hoogtepunten was er een zeer diep dieptepunt. In Buenos Aires kregen we het trieste bericht uit Nederland dat de hoofdredacteur van Quest, Angela's voormalige baas, is overleden aan een bacteriële infectie. Ze is 39 jaar en heeft drie kindjes. Beide hebben we voor haar gewerkt en waren compleet lamgeslagen door het nieuws. We kunnen het niet beseffen. Vaarwel Karlijn.

Zuid-Amerika

Buenos Aires baby! Wat een geweldige stad. Een perfecte ´laatste stop´ voordat we weer naar huis gaan. We willen niet naar huis! Maar goed, aan alles komt een eind. Wat hebben we de afgelopen weken uitgespookt? We hebben paardgereden, berg beklommen, in een woestijn geslapen en heel veel wijn gedronken. Te veel om op te noemen. Met een internationale groep van ongeveer 10 man reisden we in een omgebouwde Mercedes-truck van Lima (Peru) naar Buenos Aires in zes weken. We hadden twee gidsen. Juan, een Argentijn, en Toine, een Nederlander. Omdat we zo ongelooflijk veel hebben gedaan en gezien in zo'n korte tijd, zullen we alleen 3 hoogtepunten opnoemen.

Paardje rijden

Een zeker hoogtepunt was paardrijden in Estancia Los Potreros. Estancia is een landgoed van 2000 hectare met 600 koeien, 400 paarden en gauchos (Argentijnse cowboys). De eigenaar is een Argentijn, maar heeft een groot deel van zijn leven in Engeland gewoond. Dit heeft als bizar resultaat dat hij een gigantisch Engelse accent heeft. Zelfs de Engelsen in onze groep waren verbijsterd. Ons verblijf had dus een Anglo-Argentijnse twist: Engelse cottages, veel vlees, goede wijn en vriendelijk personeel. We verbleven drie dagen op het landgoed en hebben daar een geweldige tijd gehad. 's Avonds kookten we zelf, stookten we de openhaard of houtbranders op en genoten van we van de wijn die ook van het landgoed kwam. Overdag kregen we een paard onder onze kont.

 

Claudia wist van te voren niet helemaal zeker of het wel leuk zou vinden, zo'n paard. Maar na een dag ging ze galopperend heen! Het waren dan ook wel hele makkelijk paarden. Je kon ze met slechts 1 hand besturen en alle paarden volgden het paard van de gaucho. De tweede dag was er een lasso-wedstrijd. Er waren 5 kalveren, vier zwarte en 1 bruine. Terwijl de gaucho's ze opfokten, moest wij ze proberen te vangen met onze lasso. De bruine was een fles champagne waard. We kunnen met trots melden dat we de eer van Holland hebben verdedigd. Claudia lassode twee zwarte kalveren tegelijk, vergat los te laten en werd bijna over het landgoed meegesleurd. Angela lassode eerst haarzelf, maar nadat ze uit de web van touw was bevrijd, kreeg ze de bruine te pakken.

 

Twee flessen champagne voor de Nederlanders!! Yes! Met afgunst zeiden de Engelsen: 'Winnen de Nederlanders ook eens wat'. Inderdaad!

Een snufje zout

Een ander hoogtepunt was zout. Heel veel zout. In het westen van Bolivia ligt de grootste zoutvlakte ter wereld: Salar de Uyuni. Met een oppervlakte van 12.000 m2 en ongeveer 10 miljard ton zout, kan het met recht indrukwekkend genoemd worden. Omdat er zo veel 'wit' is, kun je er zulke leuke foto's maken!

De daaropvolgende dagen reden we met de truck door het Hoogland van Bolivia (de altiplano). We hebben nog nooit zo veel 'niets' in ons leven gezien. Wegen zijn er niet echt. Enkel het bandenspoor van onze voorgangers was een indicatie van beschaving. We hadden een gids nodig om door dit gebied heen te rijden, anders zouden we hopeloos verdwaald zijn geraakt. Op de 'altiplano' is het koud. HEEL KOUD! -15 graden ´s nachts! Koud dus. Op een gegeven moment hadden we wel een beetje genoeg van die hoogte. Het is zo vermoeiend om de hele tijd tussen 4000 en 5000 kilometer te leven. Je raakte snel uitgedroogd en hebt geen energie. De altiplano is prachtig, maar vaak namen we geen eens de moeite om de truck uit te stappen om een foto te maken. Te vermoeiend.

Trekking door de Andes

Als we nog een hoogtepunt moeten opnoemen (letterlijk) dan zeggen we in koor: de Incatrail.

 

Alle wegen leiden naar Rome, toch? In Zuid-Amerika leidden alle wegen naar Cusco, de oude Inca-hoofdstad. Zo liepen er ook verschillende 'trails' tussen het welbekende Machu Piccu en Cusco. Bijna al deze paden zijn verloren gegaan, maar slechts 1 bestaat nog voor een klein gedeelte en dat is de fameuze 'Incatrail'. Wij hebben deze niet gedaan. Te toeristisch. We hadden geen zin in file-verschijnselen en dikke Duitsers op ezeltjes met zuurstofflesen. Wij deden de 'community trail': drie dagen lopen door het Andesgebergte, slapen in tentjes, schijten in gaten in de grond. En op de locals na geen mens te zien. Het hele idee van de 'community trail' is dat een gedeelte van de opbrengst naar de locale bevolking gaat. Onze groep bijvoorbeeld bracht twee toiletten mee voor de basisschool. En geloof ons, die hadden ze nodig. Als dank zongen de super schattige kindjes, die zich duidelijk al weken niet hadden gewassen, liedjes voor ons. Tijdens de tweede trekking-dag bereikten we 4800 meter hoogte. Toch wel een beetje trots keken we uit over de vallei, gletsjers en meren. Het was letterlijk een hoogtepunt. De laatste dag hingen we toch nog een beetje de toerist uit en bezochten we het indrukwekkende Machu Piccu.

Dragoman

De overland-tour door Zuid-Amerika was de eerste geplande trip tijdens onze wereldreis. Tot die tijd hadden we alles op eigen houtje gedaan. Het was dus even wennen dat ineens alles geregeld werd, maar de tour is erg goed bevallen.

 

Het was een mooie manier van reizen met zo'n oude truck: in het niemandsland kamperen, zelf koken, kampvuurtje maken. We hadden ontzettend mazzel met de groep. Het was een jonge groep met leuke mensen. Bij één van de Engelse meisjes, Sarah, mogen we nog twee dagen in Londen blijven slapen voordat we weer naar huis gaan. Bij het ´truckleven´ hoorde ook een hoop drama. Soms leek onze bus wel een soap. Ten eerste konden we de Argentijnse gids, Juan, niet uit staan. Het was echt zo´n zelfingenomen, arrogante, nationalistische klootzak. We hadden ontzettend veel moeite om met hem te communiceren en elke vraag die we hem stelden, was hem eigenlijk te veel. Hij probeerde de hele bus te versieren. Bij één van de Engelse meisjes, Lucy, lukte dat. Toen er een Franse vrouw van in de dertig zich bij de groep voegde, ging Juan rustig over met het versieren van haar. En daarna, tijdens een avond uit in Buenos Aires, zoende hij weer met Lucy. Dit was voor de Française een goede reden om stampend naar Juan toe te lopen en haar drankje in zijn gezicht te smijten. Wat een drama! En dit was nog maar één aflevering uit de 'Dragoman-soap'.

Buenos Aires

En nu zijn we in het prachtige, historische, bruisende en hippe BA. We zitten in een hostel midden in de 'Soho-wijk' van de stad: Palermo. Een opkomende wijk met boetiekjes, boekenwinkels, koffietentjes, tangoscholen en lekkere restaurants. Een beetje de Jordaan van Buenos Aires. We hebben een keuken en kunnen dus lekker zelf koken. Het is hier nu winter, maar het is er fijn. Rond de 10 graden en een zonnetje. We hebben al gemerkt dat de winkels hier veel te leuk zijn. Angela heeft inmiddels 5 jurken gekocht en Claudia heeft een vintage leren jas en een prachtige nieuwe ring. Verder gaan we tango- en yogalessen volgen. We vermaken ons wel!

En we gaan nog niet naar huis ...

Aan alles komt een eind. En dat zal om precies te zijn op zaterdag 14 augustus om 19 uur zijn, vlucht EZY3005. Dan landen wij in Amsterdam. We verwachten spandoeken!

Alle andere foto's van Zuid-Amerika zijn hier te bekijken.

Spaanse lessen in Ecuador.

La Selva (de jungle)

Nadat onze hersentjes een week lang overuren hadden gedraaid met de 6 uur Spaanse les per dag in Quito, mochten we een beetje bijkomen in de Ecuadoraanse jungle. De 6 uur les waren verlaagd naar 4 uur per dag en de drukke stad had plaats gemaakt voor de tropische geuren van de jungle.

We voelden ons al snel op ons gemak in de verlaten jungle. Zelfs het feit dat het hier wemelde van de vreemdste diersoorten was een leuke bijkomstigheid. Zo heeft Angela vriendschap gesloten met een tarantula en speelden we iedere avond scrabble met de huis-tapir genaamd Christina.

Ook het bewonderen van de drie meter lange kaaiman was appeltje-eitje voor ons. Met een wankel bootje gingen we met onze gids Byron in het pikke donker de Amazone in, opzoek naar krokodillen. Alleen 's nachts laten deze beestjes zich zien. Onze zoektocht werd rijkelijk beloond met een joekel van wel drie meter lang. Het enige beestje waar we tijdens ons verblijf in de jungle geen vriendschap mee hebben gesloten is de mug! 'Ik heb geen anti-muggen-spray nodig', waren de zelfverzekerde woorden van Angela.

Bijzonder eten

Naast een hoop nieuwe dieren hebben we ook veel nieuwe vruchten ontdekt. Zo hebben we de vrucht van de cacaoplant gegeten, cactusvruchten zijn ook lekker en er zijn zo veel tomatenvruchten! De meeste namen van deze vruchten zijn al snel aan ons voorbij gegaan maar eentje hebben we onthouden: de 'Claudia'. 'Claudia' is een kleine, zure pruim. Maar nadat je kennis met haar gemaakt hebt ben je verkocht!

           Dat je ook met vruchten kan schilderen was nieuw voor ons. Iedereen kan zich vast wel het beeld voor zich halen van de aap Raviki die in zijn boom een noot openslaat en met het rode sap de kleine Lion King op de boom schildert. Dit  ritueel hebben wij ook meegemaakt. Alleen bevonden wij ons niet in Afrika in een boom maar 'gewoon' in de jungle van Ecuador en was ons tekenvlak geen boombast maar onze eigen huid. Onze gids had er  veel plezier in om onze blanke gezichtjes te voorzien van de gekste krabbels. Maar 'voor wat hoort wat' en al snel zat ook zijn gezicht onder de rode verf.

           Tijdens de laatste wandeling heeft Claudia nog meer tekenmateriaal ontdekt in de jungle: de 'stempel-vrucht'. Deze prachtige vrucht wordt gegeten door apen, maar is voor ons mensen een waar spektakel van kleuren en chemische processen. Zodra je een stukje van de vrucht afsnijdt begint hij te 'bloeden'.  Het witte bloed wordt door textiel opgenomen en laat een mooie bloemachtige stempel achter. Deze permanente afdruk verandert in een rap tempo van wit naar geel, naar bruin en uiteindelijk naar zwart. Claudia kon er geen genoeg van krijgen en haar kleren zaten al snel onder de stempels. Bij terugkomst in de lodge, werd ook Angela mooi versierd. 

           We hebben ontdekt dat Ecuadoranen gek zijn op 4 dingen: Soep, jugo (sap), rijst en mais. Dit verschijnt dan ook in verschillende hoedanigheden bij elke maaltijd op tafel. De lunch is hier heel belangrijk en dus heel uitgebreid. Te beginnen met een soep, en dan niet zo'n waterig drapje, maar een goed gebonden soep van asperges, bonen, spinazie, aardappelen, mais of iets dergelijks. De vindingrijkheid is enorm, want we hebben geen enkele keer dezelfde soep voorbij zien komen. Na de soep volgt altijd een bord met een stuk vlees en aardappelen of pasta. Tegelijkertijd verschijnen er op tafel een stuk of 3 bijgerechten waarvan er één altijd rijst is. Bij speciale gelegenheden of in het weekend is er kans op nasi. Als toetje (ja ze doen hier ook aan toetjes tijdens de lunch) krijg je een stuk fruit. Hierin zijn ze alleen niet zo vindingrijk, de ananas en meloen kwamen op een gegeven moment onze neus uit. Het avondeten was meestal een slap aftreksel van de lunch, inclusief de soep, verse sap en RIJST. Vaak waren het zelfs de restjes van de lunch. Het ontbijt was in onze ogen nogal vet, iedere ochtend croissantjes, gebakken eieren en Ecuadoraanse kaassoufflé. Gelukkig maakte de verse sapjes een hoop goed.

           Een ander product waar ze helemaal gek op zijn, is mais. We hebben deze gele korrels nog nooit op zoveel verschillende manieren voorbij zien komen: als soep, in de soep, als zoete kolf, als zoute kolf, gekookte korrels, gebakken korrels, gepofte korrels, gepofte gekookte korrels. Soms zelfs allemaal tegelijk op tafel geserveerd. Op een gegeven moment scheten we zelfs gele korrels.

La playa

Vamos a la playa! Onze  voorstelling van zonovergoten stranden en een bruisend uitgaansleven werd snel na onze aankomst in Puerto Lopez aan diggelen geslagen. Misschien is het niet het seizoen, misschien hadden we pech, maar er was geen zon. We sliepen in het uitgestorven plaatsje Porto Rico (blijkbaar een populaire naam) waar weinig tot niets te doen was. Maar goed, geen ramp, want we waren daar om Spaans te leren. Como estas? Buenos Dias! Twee zinnen hebben we vaak gebruikt: 'No comprendo' (ik begrijp het niet) en 'No sé' (Ik weet het niet).  Deze basisvaardigheden leken ons voldoen om nog 2,5 maand door Zuid-Amerika te reizen.   

Zie foto´s

Polynesie

Fiji

Na Nieuw-Zeeland was het tijd om de rest van Polynesië te gaan ontdekken. Al eiland-hoppend vlogen we richting het oosten. We begonnen met een weekje strand op Fiji. De eilanden van Fiji zijn mooi, maar onze monden vielen niet open van verbazing. Waren we verzadigd door schoonheid? Hadden we inmiddels te veel mooie stranden en eilanden gezien? We weten het niet precies. Wellicht voelden we ons beperkt in onze vrijheid. Drie keer per dag werd er eten geserveerd, om een vast tijdstip. Wilde je iets te drinken? Dan moest je woekerprijzen betalen. We kwamen net vanaf Nieuw-Zeeland waar we een maand lang in volledige vrijheid hadden geleefd. Vast zitten op een eiland voelde ineens als een beperking, niet als een genot. Gelukkig duurde dit gevoel niet lang. Naarmate de week vorderde, begonnen we te ontspannen en het ultieme genot van het nietsdoen weer te waarderen.

De bewoners van Fiji staan bekend om hun eeuwige glimlach. Ze lachen inderdaad veel, maar wij vonden het een schijnheilige glimlach die weinig oprechtheid uitstraalde. Het was ook een vermoeide glimlach. Moe van de toeristen die jaar in jaar uit zich heer en meester voelen op deze stukjes paradijs. Te moe om elke keer die verwende en dronken backpackers te vermaken. We stelden onze mening bij toen we naar een ander, veel rustiger, eiland gingen. De lodge op dit eiland was een familiebedrijf en de medewerkers hadden duidelijk meer plezier in hun werk.

Vanaf de lodge was het 10 minuutjes lopen naar het dorp. Het dorp heeft slechts 600 inwoners, maar wel 3 kerken. Angela heeft in één van die kerken een dienst bijgewoond. Een 'kerk' is overigens een nogal groot woord. Men neme vier omgehakte palmbomen, vier golfplaten een tafel met een kleedje, een geluidsinstallatie en voila: men heeft een kerk. Al zingend, springend en swingend namen de dorpsbewoners deel aan de dienst. Een vrouw die naast Angela zat, haalde een totaal uiteengevallen bijbel tevoorschijn waar ze af en toe iets in markeerde. Ondertussen kroop een meisje, haar kind, van nog geen jaar oud over de losliggende blaadjes. Ze had als voornaamste taak op zich genomen om met de stift enkele mooie patronen om haar moeders witte jurk te tekenen.

De laatste twee dagen op de Fiji-eilandjes brachten we door in twee prachtige resorts. Heerlijk eten, bakken in de zon en als dagelijkse oefening: in vijf minuten het eiland rondlopen. Fiji rocks!

Voor foto's klik hier

Frans Polynesië

Het paradijs bleek toch niet zo paradijselijk te zijn. Begrijp ons niet verkeerd, de eerste indruk is prachtig. Azuurblauw water, koraal zover je kunt kijken, een vruchtbare vulkanische grond waar de mooiste planten en bloemen op groeien. Het paradijselijke cliché kun je in volle glorie terugvinden in Frans Polynesië. Rijke vakantiegangers leggen veel geld neer om naar het paradijs af te reizen en zich te laten verwennen in hun luxe hut gebouwd boven het mooie water. Als backpakker kom je ook naar de eilandengroep om het paradijs te aanschouwen, maar we hadden snel door dat achter deze ogenschijnlijke droomwereld grote problemen verborgen lagen.

Raar. Met dit woord is Moorea heel goed te omschrijven. Het was moeilijk om hoogte te krijgen van de plaatselijke bevolking en met name de mannen lieten een onbehaaglijke gevoel bij ons achter wanneer ze met een vreemde blik in hun ogen vanuit hun 4x4 'Bonjour' naar ons riepen. Zelfs de honden waren raar. Midden in de nacht gingen ze met tientallen tegelijk keihard janken en blaffen. Wij waren tot de conclusie gekomen dat alle honden elke nacht bij elkaar kwamen voor een vergadering. Het geluid was bijna oorverdovend. Raar waren ook de sporen van vergane glorie die we overal op het eiland tegen kwamen. Tijdens een strandwandeling van ongeveer 3 kilometer vanaf onze camping kwamen we 3 verlaten bungalowparken tegen, een verwoeste Club Med en verschillende in onbruik geraakte stukken grond. Stuk voor stuk prachtlocaties waar door ondernemers in Europa miljoenen voor neergelegd zou worden: wit strand, palmbomen en een prachtige zonsondergang.

Waarom wordt een eiland met zoveel potentie niet beter benut? Voor backpackers zou het een ideale bestemming kunnen zijn. Er is genoeg campinggrond en de boot vanaf Tahiti is niet duur. We spraken hier onder andere over met Barbara en Helen. Barbara is een Frans/Spaans en reist al negen jaar. Op dit moment reist ze al weer 2 jaar samen met Helen, een Engels meisje. Hun instelling is simpel: reizen en ervaren. Om aan geld te komen, verkopen ze hun zelfgemaakte sieraden of zoeken ze tijdelijk een bijbaantje. Hun vanzelfsprekende gulheid was heel inspirerend. Veel geld hadden ze niet en toch mochten we altijd mee-eten, kregen we overheerlijke pannenkoeken en met knoflook doordrenkte pasta.

 

De meiden werden vaak vergezeld door Hiti, een local die werkelijk overal goed in was. Hij kwam regelmatig langs met gigantische vissen en kreeften die hij zelf in een roeibootje gevangen had tussen het koraal. Ook kon hij goed koken, hout bewerken, stenen graveren en riet vlechten. Een Polynesische superman, maar het is wederom een cliché om te denken dat alle mannen daar zo zijn. Overgewicht is een groot probleem en de jongere generatie, onze generatie, heeft de oude ambachten nooit geleerd. De enige ambacht die zij kennen is het kweken van wiet. Iets dat niet zo ingewikkeld is, omdat werkelijk alles daar groeit.

Frans Polynesië wil graag onafhankelijk zijn van Frankrijk. Hoewel het officieel niet 'Frankrijk' is, is het wel Frans grondgebied. Ergens valt deze onafhankelijkheidsbeweging wel te begrijpen. De Fransen op Moorea hadden een behoorlijke 'air'. Net als alle andere Europeanen die ooit een koloniaal bezit hebben gehad, zit het koloniaal gedrag in hun bloed. Aan de andere kant hebben de Polynesiërs geen benul hoe ze een moderne maatschappij zonder corruptie moeten leiden. Terug naar hun visvangende cultuur kunnen ze niet, want ze hebben de drugs al ontdekt. De vader van Théo zag de toekomst voor Frans Polynesië somber in. Théo is een dertienjarige Franse jongen die nu al drie jaar op Tahiti woont. Zijn ouders waren zo vriendelijk om ons naar het vliegveld te brengen. We waren 6 uur te vroeg op het vliegveld, maar waren blij dat we een lift hadden gehad. Toch wel aardig van die Fransen. Geheel onverwachts stonden ze een kwartier later weer voor onze neus. Théo had zijn vader erop aangesproken dat hij de twee Nederlandse meisjes uit had moeten nodigen voor het avondeten. Zijn vader was het met hem eens en ze zijn terug gereden. Weer een kwartier later stonden we naar de zonsondergang te kijken vanaf de veranda van hun huis. Wat een heerlijke ervaring.

Onder het genot van een wijntje en een heerlijk diner legden de ouders van Théo uit dat de Franse regering gebukt gaat onder een groot schuldgevoel ten opzichte van Frans Polynesië. Onder president De Gaulle zijn er verschillende atoomproeven geweest die vandaag de dag nog steeds slachtoffers eisen. Kanker is een groot probleem. Dit schuldgevoel werd enkele jaren geleden door de Franse regering afgekocht met een gigantisch geldbedrag. Dit geld verdween in de zakken van corrupte regeringsleiders en het toerisme, dat eigenlijk een boost had moeten krijgen met dit geld, takelde nog meer af. 'Tegenwoordig is de prijs/kwaliteit verhouding in het toerisme zoek. Je betaalt te veel voor wat je krijgt', zei de vader van Théo. Het resultaat is dat veel hotels leeg staan en alleen de grote ondernemingen zoals het Hilton en Sofitel hun hoofd boven water kunnen houden. De kleinere, lokale ondernemingen staan aan de rand van de afgrond. Eigenaren maken slechts een kleine winst en hun zonen hebben al lang hun conclusie getrokken. Zij hebben inmiddels een wietplantage waar ze het vijfvoudige mee verdienen.

Los van de problematiek in Frans Polynesië kunnen we met volle overtuiging zeggen dat Moorea een heerlijk rustig eiland is waar je zonder je schuldig te voelen helemaal niets kunt doen. De mooiste toeristische attracties, het strand en de zee, kun je zeer gemakkelijk liggend/slapend/lezend ervaren vanaf je handdoek of dobberend boven het koraal. FIJN!

Voor foto's klik hier

Paaseiland

Volendam in de Stille Oceaan

Paaseiland heet Paaseiland omdat Jacob Roggeveen en zijn Nederlandse matrozen het op paaszondag in 1722 ontdekte. Dat is ook gelijk de enige invloed die de Nederlanders hebben gehad. De bevolking zelf heeft het eiland naar die ene strandtent in Bloemendaal aan Zee vernoemd: Rapa Nui. De Polynesiërs zijn een behoorlijk trots volkje en zullen de naam 'Easter Island' nooit gebruiken. Ook zullen ze nooit zeggen dat ze Chilenen zijn. Het liefst zijn ze onafhankelijk van Chili en er is een onafhankelijkheidsbeweging die actief protesteert. Met een bevolking van 3000 man is het moeilijk een druk eiland te noemen. Er is één dorp en iedereen kent elkaar. 'Ons kent ons' in zijn meest extreme vorm, want het volgende eiland ligt 2000 kilometer verderop. Zolang je niet uit Chili komt zijn de mensen ontzettend aardig. Wij sliepen in een homestay, bij Cecilia in huis. Zij woont daar met haar kleindochter, de vriend van de kleindochter en hun kindje. In casa de Cecilia verbleven hele gezellige gasten. Victor was daar één van. Zijn oorspronkelijke plan was om drie weken naar Rapa Nui te gaan, maar hij zat er inmiddels al twee maanden. Victor is een Chileen en de plaatselijke bevolking was dan ook niet echt aardig tegen hem. Hij kon daar echter wonderbaarlijk goed mee om gaan. Elke keer wanneer de kleindochter en haar vriend een nare opmerking maakten, zei hij gewoon niets en bood vervolgens aan om thee voor ze te zetten. Met Cecilia kon hij wel goed opschieten en wij mochten haar ook graag.

Go Rapa Nui, Go!

De eerste avond bewonderden we schattige tieners met donssnorretjes in de plaatselijk gymzaal. We hadden het geluk dat het Frans Polynesische basketbalteam dezelfde dag was overgevlogen om op Rapa Nui een wedstrijd te spelen. Het verschil in mentaliteit werd tijdens de wedstrijd duidelijk zichtbaar. De spelers van Rapa Nui waren gedisciplineerd, speelden strategisch en met explosieve energie. De Frans Polynesiërs sjokten achter de bal aan, liepen vaak te giechelen en speelden vals zodra ze de kans kregen. Kamita, de vriend van de kleindochter, had een logische verklaring voor het verschil in mentaliteit. Rapa Nui is niet, zoals de meeste eilanden van Frans Polynesië, omringt met een koraalrif. Dit maakt de zee zeer woest en gevaarlijk om op te roeien. Volgens Kamita zit kracht en discipline in de genen, omdat de bevolking al eeuwen heeft moeten voortbewegen op de woeste zee. De Frans Polynesiërs daarentegen hebben altijd kunnen dobberen boven hun koraalrif. Dit zal vast niet de volledige waarheid zijn, maar na wat wij hadden gezien op Moorea klonk het zeer aannemelijk. Op Moorea waren veel dikke mensen en kinderen. De enige dikke mensen die we op Rapa Nui hebben gezien waren twee oude oma's die met hun armen rustend op hun buiken over de toeristen aan het roddelen waren. De mannen op het eiland zijn slank en gespierd en de hele dag in de weer. Surfen, duiken, skateboarden en paardrijden horen bij de dagelijkse bezigheden. We zagen heel veel kinderen buiten. Als ze niet aan het surfen waren, waren ze aan het voetballen of basketballen. Een groot verschil dus met Moorea, waar we vooral mensen niets hebben zien doen.

Grote stenen reuzen

Als toerist komt je naar Rapa Nui om de mysterieuze beelden te bewonderen. Hoewel we het eiland vooral zullen herinneren als een plek waar we ons ontzettend op ons gemak hebben gevoeld tussen locals, hebben we natuurlijk ook de toerist uitgehangen. Dit deden we samen met Nicolas, een Fransman die in Australië woont. Met z'n drieën huurden we een auto en hebben daarmee het hele eiland bekeken. Het was een bewolkte en redelijk koude dag. De zee was zwart en woest. Het waaide. Wat een verschil met Frans Polynesië! Ook groeit er bijna niets op het eiland. Soms leek het net alsof we in Schotland waren.

Die dag bewonderden we tientallen moai's, stenen beelden die uit de Rano Raraku vulkaan zijn gebeiteld. Vervolgens werden ze naar de kust gerold en rechtop gezet. Hoe deze immense beelden de kust hebben bereikt en hoe ze omhoog zijn getakeld is nog altijd een mysterie. Bijzonder was het in ieder geval wel. Wij hadden verwacht ongeveer tien van die beelden te aan te treffen, maar er bleken er rond de duizend te zijn.

's Avonds kookten we voor Nicolaas en Victor in de keuken van Cecilia. En we sloten de dag af met een dansvoorstelling. Geconcentreerd keken we naar de rieten rokjes van de mannen. Zouden ze er iets onder aan hebben? Claudia: 'Nee, ik denk het echt niet'. Angela: 'Dat zou wel een risico zijn'. Claudia: 'Hmm, misschien zien we het als ze zo weer gaan springen.' Angela: 'Shit, ik zag het bijna!' De volgende dag legden we deze lastige kwestie voor aan Victor. Het verlossende antwoord: ze droegen strings.

Dansen met de locals

Onze laatste avond op Rapa Nui was een onvergetelijke avond. Na een uitgebreide uitwisseling van kennis over drankspelletjes met Victor en de andere gasten van de homestay, gingen we naar een lokaal feestje. Claudia was de dag ervoor uitgenodigd door de vrouw van de wasserette. Dansen is zeer belangrijk in de Polynesische cultuur. De muziek en dans is in heel Polynesië (trek een driehoek van Fiji naar Nieuw-Zeeland en Paaseiland) lijkt ontzettend op elkaar. Op 'Tama tama toa tama'-klinkende liedjes wordt er traditioneel gedanst. Of op Hame Oeba Hame-klinkend. Of Sama Toa Sama. Zoiets in ieder geval.

Hoewel wij als echte Hollandse meiden met stijve heupen, gebrek aan ritme en lompe dansbewegingen de sensuele Polynesische dans amper konden nadoen, vonden de mannen van Rapa Nui ons evengoed zeer 'exotisch'. Altijd leuk om 'exotisch' genoemd te worden terwijl je omringd wordt door prachtige Polynesische vrouwen die een heupsouplesse hebben waar je U tegen zegt. Een bandje produceerde vrolijke gitaarmuziek en na elk nummer kwam er een andere man vanaf de kantlijn om met ons te dansen. We hebben werkelijk met alle categorieën gedanst: jong, oud, dik, klein en dronken.

Enkele professionele dansers, die eerder die avond een show hadden gegeven, hadden het nog niet aangedurfd om ons te benaderen. Leunend tegen de muur keken de Alfa-mannetjes toe, wachtend op het juiste moment om toe te slaan. Toen wij een nummertje even met elkaar aan het dansen waren om bij te komen van al het mannelijke geweld, pakten de wolven hun kans. Met z'n tweeën kwamen ze vanaf de kantlijn aangesprongen. Er was duidelijk sprake van een strategisch doordacht plan ('Jij pakt de blonde, ik pak de brunette').

De traditionele dans op Rapa Nui is een soort rollenspel. De man laat al springend, heupwiegend, borst kloppend en benen swingend zijn mannelijkheid zien. De vrouw danst tegenover hem in een merengue-achtige stijl en met sierlijke armbewegingen. Dit was niet alleen ontzettend cool om te zien, maar ook heel leuk om te doen. Het Alfa-mannetje dat Angela had versierd zei niet veel, maar sprak duidelijke taal: 'I want you. Do you want me or another man?' Enigszins verbaasd door zijn discretie, bedankte Angela hem vriendelijk en dat betekende ook gelijk het einde van de dans. Hoopvol keken zijn vrienden hem aan toen hij terugliep naar de kantlijn, maar de afgewezen danser schudde zijn hoofd. Zijn vrienden reageerden vervolgens alsof een voetballer een penalty had gemist. Claudia danste nog gezellig door met haar danser. Bij sommige nummers sprong zijn gezicht op herkenning en begon hij spontaan ingestudeerde heupbeweginen te maken. Al met al was het een mooi schouwspel.

De dansers vonden het overigens maar niets dat we ook veel met Victor dansten. Volgens de Polynesiërs had hij als Chileen het recht niet om met ons om te gaan. Wederom typisch gedrag richting Chilenen. Jammer voor de Polynesiërs, want Victor is een goede danser en we hebben veel met hem gelachen. Met een ego groter dan we konden tillen gingen we midden in de nacht terug naar Casa de Cecilia. De machomannen lieten we achter en onze kleine Chileen namen we mee. Die nacht sliepen we twee uurtjes. We hadden wallen onze ogen en maagpijn van de drank toen Victor ons de volgende dag in de keuken stond op te wachten met een ontbijtje en zelfgemaakte jam. Een mooie start van een zeer vermoeiende dag. We vlogen die dag van Rapa Nui naar Santiago en van Santiago naar Lima. Na een kort nachtje vlogen we verder naar Quito. Daar zijn we nu druk bezig met onze Spaanse taalcursus. Over drie weken spreken we het vloeiend. Adios!

Voor foto's klik hier

Met de camper door Nieuw-Zeeland

Nieuw-Zeeland is een prachtig land. 'De natuur is zo ongelooflijk mooi dat het soms pijn doet aan je ogen'. Dit zei een jongen uit Panama tegen Angela toen we nog in Sydney waren. En er was niets te veel gezegd. Overal zijn plekken die er zo bijzonder uitzien dat het net lijkt alsof je door een pretpark loopt. Dit gevoel kregen we onder andere op White Island, een actieve vulkaan bij de oostkust van het Noordereiland. Ook kregen we dit gevoel toen we op de gletsjer liepen in Franz Josef. Een enorme speeltuin van ijs waar we als Alice in Wonderland op ontdekkingstocht gingen.

Maar voordat we onze hoogtepunten van Nieuw-Zeeland langslopen, hebben we eerst een les voor alle mensen die hier ooit naar toe willen komen. Het is namelijk best lastig om locals te ontmoeten. Er zijn maar 4 miljoen mensen op een gebied dat 8x groter is dan Nederland. Wij hebben echter 3 manieren gevonden om zelfs in de kleinste gehuchten vrienden te maken.

Les 1: Ga naar Thailand voordat je naar Nieuw-Zeeland gaat. Loop daar een bacterie op in je maag. Dit moet niet al te ingewikkeld zijn in Zuidoost-Azië. En vlieg dan zo snel mogelijk naar Nieuw-Zeeland zodat je daar nog steeds ziek bent. Zoek vervolgens een klein dorp uit op het Zuidereiland, 'Fairly' bijvoorbeeld. Ga daar naar de dokter en laat hem je vertellen dat je 4 dagen in die plaats moet blijven om uit te zieken. Claudia koos ervoor om deze methode toe te passen. Hoewel ze behoorlijk ziek is geweest van de bacterie in haar maag (en nog zieker werd van de verplichte 5 liter water drinken per dag) heeft ze wel unieke momenten met de locals meegemaakt. Zo heeft ze een gezellig gesprek gehad met de lokale dokter die haar nerveus en met schaamrood op de kaken vertelde dat ze de komende tijd alleen veilige seks kon hebben. Voordat Claudia kon antwoorden dat ze natuurlijk geen seks heeft voor het huwelijk, zei de dokter: 'Oh, maar jij bent Nederlands. Ja, die doen het altijd veilig. Dus er is vast geen probleem.' Toch fijn om te weten dat wij Nederlanders een goede reputatie hebben aan de andere kant van de wereld.

Niet alleen Claudia kon profiteren van deze methode om locals te ontmoeten. Omdat Angela door Claudia's ziektebed vanzelfsprekend in Fairly moest blijven, heeft ook zij unieke momenten met de locals gehad. Het is nu herfst in Nieuw-Zeeland en op het Zuidereiland is het dan niet echt warm. Koud is eerlijk gezegd een beter woord. Om toch een beetje warm te blijven, sloot Angela zich op in de televisieruimte van de camping. Op een dag kwamen er 4 mannen binnen die vroegen of ze cricket mochten kijken. 'Nou Nee', dacht Angela, maar ze zei: 'Natuurlijk!'. Die 4 mannen bleken onderdeel te zijn van een grote groep wielrenners. 4 mannen werden er 8 en 8 mannen werden er 17. Inmiddels waren ook hun vrouwen erbij komen zitten. Het werd snel gezellig met chips en wijn. Angela, die al een tijdje geen alcohol had gedronken omdat er geen lekkere wijn is in Zuidoost-Azië, vond het ook heel gezellig. Eén van de wielrenners kondigde aan dat het tijd was voor 'het spel'. Het spel heette: 'Gooi de regenlaars'. Wellicht verraad de titel de inhoud van het spel al een beetje, maar we moesten een regenlaars zo ver mogelijk over het campingterrein gooien. Om het spel eerlijk te houden, gooiden de mannen met hun linkerhand. De prijs: een GOUDEN regenlaars. Wat een geweldig spel. En wat denk je? Angela won de Gouden Regenlaars! Maar of het kwam omdat ze zo goed kon gooien..??

Les 2: Rijd zo'n 200 procent harder dan de toegestane snelheid. Deze methode levert een interessant dialoog op tussen een local (smeris) en een toerist (wij). Aan de wegen in Nieuw-Zeeland moet je even wennen. Ten eerste rijd je aan de linkerkant van de weg, ten tweede zijn het bijna allemaal tweerichtingsverkeer-wegen en ten derde is het heel normaal dat een weg waar je '100' mag overgaat in een weg waar je '50' mag. We reden over een weg die door de relatief grote stad 'Nelson' ging. Hoewel we eerst door het industriegebied van de stad reden, was de weg alweer overgegaan naar '50'. Dit laatste hadden we niet helemaal in de gaten. Een politieman die met een laser langs de kant van de weg stond, had de met bloemen bedrukte hippiecamper echter wel in de gaten.

De agent deed een poging om de de camper van de weg te halen, maar tevergeefs. We hadden niet door dat er een politieauto achter ons reed. Angela dacht wel steeds: 'Wat maken mijn remmen een raar geluid', maar dacht er geen moment aan dat Nieuw-Zeelandse sirenes zo zouden kunnen klinken. Ook dacht ze toen ze door haar beslagen achterruit keek: 'Dat is gek, die auto achter ons heeft allemaal blauwe en rode lichten in zijn auto'. Toen ze nog eens goed keek, zag ze een man zitten die druk aan het gebaren was. 'SHIT DE POLITIE!'. Inmiddels had de politieagent al enkele kilometers achter ons gereden. 'So sorry, I didn't saw you', was ons antwoord toen we het raampje naar beneden draaide. 'Je reed 91 waar je 50 mag', zei de politieagent, 'Dat betekent dat je gediskwalificeerd wordt van de weg en dat je rijbewijs wordt ingenomen. Mag ik je rijbewijs zien?' Angela liet haar rijbewijs zien en legde uit dat ze natuurlijk nooit te hard had gereden als ze had geweten dat de snelheid naar 50 was veranderd. Gelukkig werden we gematst. Angela mocht haar rijbewijs houden en de boete van 650 dollar (325 euro) werd verlaagd naar 300 dollar (150 euro). Veel tijd hadden we niet om rouwen om onze boete. We moesten 10 uur in Blenheim zijn voor een wijnproeverij. Gelukkig waren we 8 proeverijen later de stroeve start van de dag al weer vergeten.

Les 3: Ga springen op een springkussen. Zorg dat je verkeerd neerkomt zodat er een ruggenwervel verschuift. Het gewenste resultaat is dat je naar een fysiotherapeut moet in Opotoki, een gehucht aan de oost-kust van het Noordereiland. Het leek Claudia de ideale manier om nieuwe locals te ontmoeten. Uit een vliegtuig springen was voor Claudia geen enkel probleem, maar met een spingkussen had ze toch iets meer moeite. Een week na de heerlijke springsessie werd het toch echt tijd om een fysiotherapeut op te gaan zoeken, want Claudia's ruggengraat protesteerde behoorlijk. Helaas bleek het onmogelijk om op een vrijdag nog een afspraak te maken bij een kraker in Wakatane, de stad waar we toen zaten. Claudia werd wel op enkele reservelijsten gezet, maar daar putte ze niet echt hoop uit.

De zoektocht naar een fysio ging verder. Het bracht Claudia bij een huis waar voorheen een therapeut in zat, maar inmiddels werd bewoond door een oud stel. De bewoonster van het huis was zo aardig om achter het internet te kruipen en nog een meer fysiotherapeuten voor Claudia te zoeken. Typisch Nieuw-Zeelands overigens: mensen hier zijn altijd bereid om je een helpende hand te geven. Ook adviseerde de vrouw naar de dokter om de hoek te gaan. Ongelooflijk vriendelijk allemaal, maar helaas leverde het niets op. Dan maar in Auckland naar de fysio, was de conclusie. Een uurtje later sloten we onze zoektocht af met een wijntje op het terras om de pijn een beetje te verzachten. Angela had geen pijn, maar dronk uit sympathie mee met Claudia. Onverwachts werd Claudia op het terras teruggebeld door Fraser, een Schotse ortopeet. Hij vond het erg vervelend dat hij die dag geen plek meer voor Claudia had kunnen creëren en was bereid haar op een zaterdag te zien in zijn praktijk in Opotoki.

De volgende dag zag Fraser dat er inderdaad een wervel was verschoven, maar dat het met een goede kraakbeurt en enkele oefeningen al snel beter zou moeten gaan. Na de kraaksessie stelde hij voor om nog een kopje thee te drinken in de tuin. En het was een prachtige tuin. En een prachtig huis. Hoewel bijna niets oud is in Nieuw-Zeeland, is zijn huis een uitzondering. Het huis was ooit in de jaren 20 neergezet voor één van de bestuursleden van de stad. Terwijl zijn hond Max aan onze voeten lag, legde de Schot uit dat hij in de tuin groente en fruit kweekte. Na lichtelijk protest van ons ('Dat is toch veel te gek!'), kregen we er een zak vol van mee inclusief twee versgelegde eieren. De volgende dag maakte Claudia een omelet voor ons als ontbijt.

Tot zover de drie manieren om snel locals te ontmoeten. Wel moet gezegd worden dat deze methodes niet te vaak toegepast kunnen worden. Dit kost namelijk te veel geld en te veel ruggenwervels. Wij zijn gelukkig de meeste dagen van onze maand in Nieuw-Zeeland gewone, 'gezonde' toeristen geweest. We hebben toeristen dingen gedaan. Op een toeristische manier door het land gereden. Op toeristische campings gestaan. Toeristen-kleding gedragen en toeristen-foto's gemaakt. Zonder schaamte geven we het toe: we hebben ongelooflijk 'de toerist' uitgehangen. Waarom? Heel simpel: alle toeristische attracties zijn hier gewoon geweldig cool!' Hieronder onze echte hoogtepunten:

'Je wilt gaan skydyven?', vroeg de winkelbediende aan Claudia. 'Oh, dat is heel veilig. Veel veiliger dan bijvoorbeeld Jetboaten. Vorig jaar is er een meisje verdronken. De boot sloeg om, meisje zat klem en verdronk.' We waren even stil. Claudia was aan de ene kant gerustgesteld dat skydiven als 'veilig' werd gezien, maar aan de andere kant waren we allebei van plan nog dezelfde dag in die bewuste boot te stappen. Ach, dat zal toch wel goed gaan?

Een jetboat heeft twee V8 motoren die ervoor zorgen dat de boot op hoge snelheid over ondiep water heen kan schieten. Slechts 15 centimeter water had de boot nodig toen wij op de rivier bij Queenstown gevaarlijk dicht langs de rotsen, bomen en brugpilaren schoten. De 'spins' waren onze favoriet. De spetters vlogen ons om de oren toen we lekker aan het tollen waren over het water. En natuurlijk hadden jut en jul het weer voor elkaar gekregen om helemaal voorin de boot te zitten (de beste plek) terwijl we daar als één van de laatsten aankwamen. Waar een praatje een uur voor vertrek met de bestuurder allemaal niet goed voor is..

Onze onbewuste en vanzelfsprekend onbedoelde charmes hadden ook invloed op onze instructeurs tijdens het 'Black Water Rafting'. Op de langzame gedeeltes, waar we met onze armen moesten peddelen om in onze rubberband vooruit te komen, hadden wij het aangename genoegen dat Claudia werd geduwd en Angela vooruit werd getrokken. Tja, wij spannen ons liever in wanneer het écht nodig is. We hadden al zwaar werk verricht tijdens het naar binnen klauteren van de grot, het springen vanaf rotsen en het afglijden van watervallen. Black Water Rafting is hetzelfde als White Water Rafting, maar dan niet met 8 personen in een boot maar in je eentje in een rubberband: een tube (Goh, waar hebben we dit tafereel eerder gezien..?). Een klein detail is dat de rivier 60 meter onder de grond door een grot loopt. We kwamen watervallen en afdalingen tegen waar we met onze rubberband heelhuids vanaf moesten zien te komen. Wanneer de rivier te ondiep werd, hielden we de band vast terwijl onze voeten stabiliteit zochten op de ongelijke, puntige rotsbodem.

Het ultieme genieten was tijdens het 'treintje'. Met de voeten van een andere band-ganger in je nek, werden we voortgetrokken/-geduwd. We hoefden alleen naar boven te kijken. Boven ons was een sterrenhemel aan 'glow-worms' te bewonderen. Nee dat is niet vies, dat is prachtig! Deze vlieglarven geven licht wanneer ze daar al poepend aan het plafond hangen. Het is de stront van deze beestjes die de prachtige sterren doet veroorzaken. Toch wel een béétje vies dus.. Maar gelukkig blijft de poep aan het plafond plakken en rook je er niets van. Toch leuk, zo'n sterrenhemel 60 meter onder grond. Het was adembenemend!

Er is nog veel meer te vertellen, maar onze andere activiteiten (paardrijden, tweedehands kleding kopen, langs ijsbergen dobberen, vulkaan beklimmen, op een gletsjer lopen, skydiven, langs fjorden varen, hiken door het Abel Tasmanpark, lifters meenemen, genieten op het strand, neus dichthouden in het vulkanische gebied en Japans eten in Auckland) worden perfect onder woorden gebracht door de foto's.

Nieuw-Zeeland, wat een heerlijke maand. Moe zijn we wel van al die activiteiten. Gelukkig zijn we nu aan het genieten van onze welverdiende vakantie op Fiji. Wees niet te jaloers: we zitten in het regenseizoen.

Voor foto's klik hier

Korte stop in Sydney

Zo hoor je weken niets van ze, en zo drie keer achter elkaar! Aangezien we zo lekker op dreef zijn willen we jullie de foto's van Sydney niet onthouden. In deze fantastische stad hebben we vijf dagen doorgebracht en zoals jullie kunnen zien waren we erg onder de indruk van het Opera House.

zie foto's Sydney

Op dit moment zijn we lekker aan het touren met onze eigen mini camper door Nieuw Zeeland. Hieronder alvast een voorproefje voor het aankomende verhaal (wees gerust, dit zal nog wel even duren)

Chillen in Noord-Thailand

Noord-Thailand

‘Lieve olifant. Wij gaan nu op je rug zitten. Je hoeft ons maar een uurtje te verdragen, vind je dat goed? We maken geen gebruik van die ellendige metalen zitjes waar je normaal gesproken dikke Duitsers op moet vervoeren. Wij zijn heel licht en vinden jou lief. Beloof je ons niet te laten vallen?'

Een olifant is een grote hoeveelheid vlees, huid en botten dat er toch nog aandoenlijk uitziet. Ondanks deze aandoenlijke verschijning blijft het een enorm zwaar en sterk beest. Een klein beetje bang waren we dus wel. Wij maakten een ritje op een 30 jaar oude ‘zij'. In een flinke spreidstand op de olifant sjokte we over de weg. We vielen er bijna af toen de olifant een ruk naar rechts maakte om een tak te pakken die ze blijkbaar niet kon weerstaan. Na een half uurtje stopten we bij een een riviertje. Ok, en nu? We moesten de deken onder onze kont vandaan trekken en onze tassen afgeven. Langzaam liep de olifant het water in. Eenmaal in het water gaf de olifantenberijder (de mahout) een teken en de olifant gooide ons in het water. Dit werd ongeveer 10 keer herhaald. Het was enorm vermoeiend om steeds weer op de olifant te klimmen, maar het was wel leuk! Op de terugweg mocht Angela even de mahout zijn en zat op de nek van de olifant. Stevig hield ze de oren vast. Eenmaal terug in het kamp konden we de foto's zien die van onze valpartijen waren gemaakt. Zin om ons van een olifant te zien vallen?

Het badderen met een olifantje deden we in Pai, een plaats in het Noord-Westen van Thailand. In Pai is het leven zeer ontspannen. Het is een hippiedorp waar je een week lang kunt mediteren op een berg, 24 soorten thee kunt drinken, yoga- en massagecursussen kunt volgen en elke avond kunt luisteren naar livemuziek. Je komt hier ook zakenmannen tegen die normaal gesproken een druk bestaan leiden en voor twee weken even lekker geforceerd 'ontspannen' gaan doen. Maar de echte hippies zitten er ook nog en die maken kunst, muziek en joints. Opvallend was dat de Nederlanders hier ruim vertegenwoordigd waren.

Tham Lod is een enorm grottencomplex waar we vanuit Pai met de scooter zijn heengereden. Een prachtige tocht over een zeer bochtige weg. De heuvels waren best pittig en en dat betekende dat we soms niet harder dan 10 km per uur vooruit gingen. De grotten van Tham Lod waren echt prachtig. We hadden beide nog nooit zulke grote grotten gezien. We kregen een privégids die ons met een gaslamp de mooiste stalactieten, stalagmieten en 1700 jaar oude doodskisten liet zien.

In het noorden van Thailand bezochten we naast Pai ook de grote culturele stad Chiang Mai. In de omgeving van de stad hebben we tussen bomen geslingerd. We waren net Tarzan en Jane, maar dan in de 21e eeuw. Heel cool! Ook heel leuk was de kookcursus. Nadat we eerst op de markt alle bijzondere groenten, kruiden en rijstsoorten hadden bekeken, gingen we zelf aan de slag. We hebben heerlijk gegeten, maar vanaf dat moment waren we wel aan de schijterij. Of dat iets zegt over onze eigen kookkunsten of de kwaliteit van de kookschool zijn we nog niet achter.

Onze laatste stop in Zuidoost-Azië was het bruisende en broeierige Bangkok. Daar pakten we een vliegtuig naar Sydney. En vanuit Sydney vlogen we naar Nieuw-Zeeland. Daar zitten we nu. Deze tekst wordt geschreven vanuit een camper die we ergens langs een rivier hebben geparkeerd. Een maand door Nieuw-Zeeland: dat wordt ons volgende verhaal.

Voor meer foto's klik hier

 

Met de bus door Laos

Met de bus door Laos

Aziaten hebben vele talenten. Ze kunnen uren op een hurken zitten zonder kramp te krijgen. Ze kunnen blijven glimlachen, ook al valt er niets te glimlachen. Ze kunnen heerlijk eten maken. Maar hun grootste talent is toch wel .... het volledig volproppen van een bus. Wij hebben dit verschillende keren mogen ervaren. Onze trip van Cambodja naar Laos begon in een minibus waar normaal gesproken 10 mensen inpassen. Bij ons gingen er 24 mensen in. En dat was inclusief bagage van 24 mensen! Een zitplaats was snel gecreëerd: zet twee tassen op elkaar en voila! Voor de kinderen was er ook een oplossing: ieder op een knie. Op de stoel naast de chauffeur zaten twee vrouwen. Plaats genoeg!

Onze eerste stop in Laos waren de 4000 eilanden. In de zomer (onze winter), wanneer de Mekong laag staat, ontstaan er honderden eilandjes in de rivier. Enkele eilanden zijn permanent. Wij zaten op zo'n eiland: Don Det. Aan de mentaliteit van de Laotianen moesten we even wennen. Kijk niet vreemd op wanneer je 1,5 uur op je eten moet wachten of wanneer je niet gelijk in een winkel wordt geholpen omdat de eigenaar zijn favoriete soap zit te kijken. Hun hele houding leek te zeggen: ‘Jij bent de toerist, jij hebt iets van mij nodig, dus je wacht er maar op.' Ook moesten we steeds goed ons wisselgeld natellen. Vaak gaven ze ‘per ongeluk' het verkeerde bedrag terug en wanneer we daar iets van zeiden, kregen we een nerveus en excuserend lachje als antwoord. Na twee dagen waren we aan de Laotianen gewend en konden we hun mentaliteit zelfs waarderen. Door hun ‘Doe maar normaal, dan doe je gek genoeg-houding', hadden de Laotianen een zekere ‘schijt' aan de toeristen en was hun levensstijl authentiek gebleven.

Op het eiland wonen niet alleen Laotianen. Enkele westerlingen hebben daar een nieuw bestaan opgebouwd. Zo ook Mike, een nerveuze Duitser die de hele dag een gigantische joint in zijn mond heeft. Zijn joints bestonden uit een volledige sigaret die hij in vloeipapier en wiet had gerold. Hij had een prachtige Laotiaanse vrouw aan de haak geslagen en runde een guesthouse op Don Det. Samen met een groepje toeristen zijn we met zijn boot een dagje de Mekong op gegaan. De rivier stond extreem laag voor de tijd van het jaar en het was een hele opgave om de lange boot tussen de rosten te manoeuvreren. Vlak voor het lastige gedeelte zette Mike de boot even stil. Hij stak nog een joint op om rustig te worden, drukte ons op het hart dat we absoluut niet mochten bewegen en startte de motor. We keken elkaar aan: zal dit goed gaan? Hoewel de hoeveelheid marihuana die de Duitser tot zich nam absoluut niet gezond kon zijn, beïnvloedde het niet zijn vaar-vaardigheden. Zonder ook maar een steentje te hebben geraakt, kwamen we veilig aan op een prachtig verlaten eiland. Het was één van die eilandjes die over drie maanden door de grote hoeveelheden regen zou ophouden te bestaan. Op het eiland genoten we enkele uren van de zon, de prachtige omgeving en de heerlijke lunch die Mikes vrouw had gemaakt. Het was een heerlijke dag.

Naast het eiland Don Det, ligt het eiland Don Khon. De twee eilanden worden verbonden met een brug. Op een bewolkte, maar zeer benauwde dag, zijn we naar Don Khon gefietst om een waterval te bekijken. Hoewel wij als echte Nederlandse meiden natuurlijk ervaren fietsers zijn, viel deze fietstocht toch vies tegen. De fietsen waren te klein voor ons en de hele weg lag vol met grote stenen en diepe kuilen. Op de plekken waar geen kuilen of stenen waren, lag er fijn, los zand dat de nodige zweet op onze bovenlip bezorgde. We kwamen bij de waterval aan met stof in ons haar, klotsende oksels en onze nieren waren we door de hobbelweg ondeweg verloren. Fiets geparkeerd en daarna genoten van het uitzicht. Zo'n 15 minuten later stapten we weer op onze fiets. ‘Hé, mijn fiets is verplaats', zei Claudia. ‘Hé, mijn band is lek!' ‘Hé, mijn bel is kapot!' ‘En mijn mandje ook!' ‘Wacht eens even, dit is mijn fiets helemaal niet. Hij is omgeruild!'. Naast een zandweg, een hobbelweg, was nu ook Claudia's fiets weg. Eén of andere luie toerist met een lekke band dacht zijn probleem snel op te lossen door zijn fiets te wisselen met die van Claudia. De klootzak. We hebben nog even gezocht naar de fiets, maar tevergeefs. Dan maar lopend terug. Op de terugweg kwamen we gelukkig langs een klein restaurant waar een vrouw voor een euro onze band wilde plakken. Ondertussen gingen wij met haar kinderen spelen. Wij probeerden de twee bijdehante jongetjes die hun kleine slapende zusje zaten te pesten een beetje af te leiden. In Laos, net als in Cambodja, stikt het van de kinderen. In Cambodja hadden we speelgoed gekocht voor kids die we onderweg konden tegenkomen. Dat kwam nu goed van pas. Na een uurtje zaten we weer op onze fiets met maar één doel in ons hoofd: terug naar onze bamboehut met hangmat. We hadden wel weer genoeg gedaan die dag.

Pakse was de volgende plaats waar we met een bus heen werden gebracht. Dit keer zaten er gelukkig net zoveel mensen als plaatsen in het busje. Pakse is een nogal saaie stad. Aan sommige gebouwen konden we goed zien dat het ooit een bloeiende Frans koloniale stad moet zijn geweest. Ondanks de doodsheid van de stad was het wel een perfect startpunt om een prachtige rondtocht te maken. Twee dagen lang hebben we met een een scooter door het Bolaven-plateau gereden. Een groen en heuvelachtig gebied met vele watervallen en koffieplantages. Onze helmpjes lieten we liever niet achter bij onze scooter, maar het was ook niet altijd handig om ze in onze handen te houden. De oplossing: gewoon op je hoofd zetten. Dit resulteerde in enkele hilarische foto-momenten.

Wie heeft er ooit een man met twee hoofden door zijn straat zien lopen? Niemand? Enig idee wat de uitdrukking op je gezicht zou zijn? Zie je het voor je? Nou, die uitdrukking stond op de gezichten van de dorpsbewoners van een willekeurig dorp langs onze route. We hadden de scooter langs de kant van de weg geparkeerd en waren het dorp ingelopen. De mannen waren druk bezig koffiebonen te verpakken. De kinderen hadden ons snel in de gaten en liepen achter ons aan. Zodra we ons omdraaiden om een foto te maken, renden ze weg. Het was bijzonder om te zien hoe deze mensen leefden. Het hele dorp stond op palen en draaide waarschijnlijk op de productie van koffiebonen. De kinderen vonden ons bar interessant, de ouderen keken op een afstandje toe. We probeerden het ijs te breken door steeds vriendelijk gedag te zeggen: ‘Sabaai-dii!'. Dit hielp en de bewoners begonnen zich iets meer te ontspannen. Het was duidelijk dat het drop nooit door buitenlanders werd bezocht. Na een half uur stapten we weer op onze scooter. Zowel de bewoners van het dorp als wij waren een weer een ervaring rijker.

Om van Pakse naar de hoofdstad Vientiane te kunnen komen, moesten we ... goh .... alweer een bus nemen. Maar dit was een goddelijke bus. Een bus uit het boekje. Een plaatje om te zien en om in te liggen. Het was een SLEEPERBUS! Wat een heerlijkheid was dat. Comfortabel de nacht doorbrengen in een echt bed en 's ochtends wakker worden op de plaats van bestemming. Inclusief avondeten, flesje water, zuurtjes en 's ochtends een vochtige tissue om je gezicht te wassen. Wij zouden iedere rit wel zo'n bus kunnen gebruiken! Deze hemelse bus bleek echter een uitzondering te zijn.

Vanaf Vientiane namen we wegens de hoge tuk tuk-prijzen een local-bus naar het Boeddha-park. We gingen op pad met Quan en Steven, een Canadees en een Engelse jongen. Voor 50 cent werden we zo'n 20 kilometer buiten de stad gebracht. Op tweezitters zaten vier mensen (Aziaten hebben geen brede heupen) en in het gangpad stonden we ongeveer 5 centimeter van elkaars gezicht verwijderd. Naarmate we dichterbij het Boeddha-park kwamen, stapten er meer mensen uit en kregen we meer ruimte.

Het Boeddha-park staat vol met prachtige Boeddha-beelden. Toch was het ook een tikkeltje bizar om zo veel van die beelden bij elkaar te zien. Het leek zo wel op een dumpplek voor ongewenste Boeddha's. Het park was het doel van onze dag, maar zou niet het hoogtepunt worden. Op de terugweg zagen we ineens een stoet dansende mensen langs de kant van de weg. Vooraan liep een vrouw die een tak vol met geld omhoog hield. De groep werd achtervolgd door een kleine, open vrachtwagen waarop een band stond te spelen. We zagen dit uit ons raam en keken elkaar vervolgens aan. ‘Zullen we uitstappen?' ‘Waarom niet?' ‘Ok, we stappen uit!' Twee minuten later reed de bus weg en stonden we ineens aan de kant van de weg bij een dorp waarvan we de naam niet eens wisten.

Meteen werden we opgenomen in de groep. We kregen Lao Lao (whiskey) aangeboden en Beer Lao. We moesten dansen. We moesten drinken. En we moesten absoluut blijven. Gelukkig konden we communiceren met een Laotiaanse vrouw die in Amerika woont en sinds 7 jaar weer terug was in haar geboortedorp. Haar zus is de eigenaresse van de basisschool en gaf een feest. Het geld dat werd opgehaald met het feest werd geschonken aan de dorpstempel. De gastvrijheid van de mensen was ongekend. Alles wat ons werd aangeboden, mochten we niet weigeren. Dat zou een belediging zijn. Het gevolg was dat we binnen een uur dronken waren. Terwijl wij aan alle kanten werden verwend, lieten de dorpsbewoners blijken hoe blij ze met ons waren. Dat wij met hun wilden feesten was voor hun een hele eer. Een omgekeerde wereld. In Nederland moet je het niet in je hoofd halen om ongevraagd op een feest op te duiken.

Even een moment rust was er niet bij. We moesten blijven dansen en niet te vergeten: drinken! De stoet eindigde bij het huis van basisschooldirectrice Op het schoolplein werden tafels neergezet en en die kwamen vol te staan met heerlijk eten. De band herinstalleerde zich en ging over op karaoke muziek. We moesten natuurlijk blijven voor het eten. We hadden inmiddels al lang onze laatste bus gemist, maar ook dat was geen probleem, want we werden voor onze hoteldeur afgezet. Het was een avond die we niet snel zullen vergeten.

Een bus naar Vang Vieng. Weer een busdrama: de bus ging stuk. Na drie uur in de zon te hebben gestaan, werden we opgehaald door een vervangende bus. Gelukkig waren we de busritjes in Laos inmiddels wel gewend. Vang Vieng zou je kunnen omschrijven als ‘Salou aan de Mekong'. De Lonely Planet beschrijft het als Las Vegas in de Nevada woestijn. Het is een plaatsje in niemandsland waar het uitgaansleven, voor Laotiaanse begrippen, booming is. Je kunt er allerlei activiteiten doen: klimmen, caving, fietsen, raften. Maar de grootste attractie is toch wel: TUBEN. Het principe is heel simpel: je gaat in een oude binnenband zitten en laat jezelf meevoeren over de rivier. Om de 10 meter staat er een bar waar je af kunt stappen om iets te drinken. Wanneer je de bar zat bent, stap je weer in je tube en peddel je naar de volgende bar. Wat is het hogere doel van deze bezigheid vraagt de lezer zich misschien af? Het doel is net zo banaal als het in Salou zou zijn: heel veel drinken. Klopt, volkomen nutteloos gedrag, maar we hebben wel veel lol gehad die dag. Bovendien kun je het slechter treffen dan lichtelijk aangeschoten in een binnenband hangen omringd door prachtige bergen en een zonnetje op je bolletje.

Vang Vieng naar Luang Prabang. Bochtje hier, bochtje daar. Heuveltje op, heuveltje af. Ach ja, dit ritje kon er ook nog wel bij. Luang Prabang is een prachtig oud Frans-koloniale stad met geweldige winkels. We hebben dan ook, heel fout, een hele dag daar gewinkeld. En dat noemt zichzelf een ‘backpacker'?! Alle overbodige ‘troep' hebben we linea recta met een postpakket naar huis gestuurd. Ons hostel in Luang Prabang was een verademing. Na meer dan een maand te hebben gepoept boven een gat in de grond, onze haren te hebben gewassen met koud rivierwater en continue een gebrek te hebben gehad aan toiletpapier, was het fijn om in een hostel te slapen met alle voorzieningen. Het hostel was net nieuw en had heerlijke bedden. Bedden die helaas door mede ‘dorm-genoten' werden besmeurd. Onder Angela lag letterlijk een ‘dirty-old-man'. Hij was 73 jaar oud en praatte honderduit over Thailand en dan met name over het eiland Phuket. Dat vond hij GE-WEL-DIG! Wij konden wel raden waarom hij dat geweldig vond. Daar zijn genoeg vrouwen die met zo'n oud mannetje het bed in willen duiken. Onder Claudia lag ook een geval apart. Een vrouw van ongeveer rond de 50 die de hele tijd een wit konijn bij haar droeg. Ze had ‘playboy' gekocht in Thailand en kon het niet over haar hart verkrijgen hem weg te doen. Elke keer wanneer we onze ‘dorm' binnenliepen stonk het naar pis. We dachten gelijk aan kleine, schattige ‘playboy' die elke ochtend door zijn baasje in onze kamer werd losgelaten. Dit bleek echter niet de schuldige te zijn. Het was het oude mannetje dat onder Angela sliep. Hij was blijkbaar oud genoeg om last te hebben van een ernstig blaasprobleem. 's Nachts piste hij in zijn bed en overdag bleef dat lekker doorwalmen. GADVERDAMME!

Onze laatste busrit in Laos ging richting het noorden van Thailand. Wederom een ritje die ons bij zal blijven. We zaten in een goede bus, maar de weg was ... hoe zullen we het zeggen .... de weg was weg. Er was ruimte gemaakt voor een weg, maar hij lag er nog niet. Dit betekende hobbels, kuilen, stenen, bochten, greppels, afgronden! Dat de bus niet halverwege was overleden, was een wonder. Er zat een wc in de bus, maar die zat op slot. Om de zoveel uur werden we ‘gelucht' en kregen we de mogelijkheid om een willekeurige struik op te zoeken die als dumpplek kon dienen. Het hurkend plassen en in de juiste richting mikken was een vaardigheid die we gelukkig tijdens onze jungle-trekking al onder de knie hadden gekregen.

24 uur later kwamen we aan in Chiang Mai, een redelijk grote stad in het Noorden van Thailand. Vanuit deze stad zijn we naar Pai gegaan. Een heerlijke ontspannen plek vol met kunstzinnige types. Livemuziek elke avond, lekker eten en een bamboehutje om in te slapen (5 euro per nacht). Hier hadden we even vakantie voordat we naar het broeierige Bangkok gingen.

Voor meer foto's klik hier